Reanimatie vlg covid-19 richtlijn

Belangrijk! Reanimaties weer volgens covid-19 richtlijn

 

Coronavirus: richtlijnen voor burgerhulpverlening en reanimatie

 

 

8 oktober 2020

Reanimaties weer volgens covid-19 richtlijn

Vanwege het stijgende aantal coronabesmettingen is besloten om de richtlijnen voor reanimaties weer aan te scherpen. Bij elke reanimatie is weer het advies om de covid-19 richtlijn te volgen.

De Nederlandse Reanimatie Raad (NRR), Ambulancezorg Nederland (AZN), de Nederlandse Vereniging Medische Managers Ambulancediensten (NVMMA) en HartslagNu hebben dit na uitgebreid overleg besloten.

Covid-19 richtlijn

Reanimeren volgens de covid-19 richtlijn betekent:

  • Beoordeel de ademhaling door alleen naar de borstkas te kijken, open de luchtweg niet.
  • Dek de mond en neus van het slachtoffer af en geef GEEN beademingen, WEL borstcompressies.
  • Sluit de AED aan zo gauw deze beschikbaar is.

 

Het advies zoals gepubliceerd op 19 juni blijft verder van kracht, inclusief het daarin opgenomen advies voor de reanimatie van kinderen. In het advies is ook nadrukkelijk de mogelijkheid opgenomen om wel volledige BLS toe te passen inclusief beademen bijvoorbeeld als er sprake is van de reanimatie van een direct familielid.

 

 

Persconferentie van 14 oktober 2020

14 October 2020

Gisteravond kondigden minister-president Mark Rutte en Hugo de Jonge strengere maatregelen aan. Het aantal besmettingen neemt toe, en dat moet keren.
De brancheorganisaties zijn overeengekomen dat de cursussen en opleidingen wel door kunnen gaan.

De Nederlandse Reanimatie Raad (NRR), Het Nederlands Instituut voor bedrijfshulpverlening (NIBHV), Het Oranje Kruis, het Rode Kruis en de Branchevereniging Bedrijfshulpverlening Nederland (BVBN) hebben overleg gehad. De partijen zijn overeengekomen dat, binnen de richtlijnen van het RIVM en de toegestane samenkomst van 30 personen, de cursussen en opleidingen wel door kunnen gaan.

Voor bedrijven en organisaties is het van cruciaal belang dat personeel bij incidenten eerste hulp kan verlenen en kan handelen bij een brand en/of ontruiming. Dit helpt bedrijven om letsel en schade te beperken en zo de bedrijfscontinuïteit te borgen. Ook voldoen ze daarmee aan de wet en aan eisen van verzekeraars. Ook burgerhulpverleners en willekeurige omstanders vervullen een belangrijke en soms levensreddende rol bij incidenten. BHV-, EHBO- en reanimatiecursussen zijn dan ook noodzakelijk voor de continuering van dagelijkse werkzaamheden binnen instellingen, bedrijven en andere organisaties.

Door cursussen in aangepaste vorm aan te bieden, kunnen bedrijven en organisaties een veilige werkomgeving met geoefende hulpverleners in stand houden.

Mondkapjes

Verder sluiten wij aan bij het dringend advies mondkapjes in te voeren. Deze moeten op tijdens het bewegen en tijdens het oefenen. Deze kunnen afgedaan worden wanneer men zit. De mondkapjes kunnen ook af bij de reanimatie oefening.

Naar verwachting zal de wettelijke verplichting niet lang uitblijven.

Daarvoor verwijzen alle partijen naar het gezamenlijk protocol, en sluiten aan bij de oproep om verantwoordelijkheid te nemen en te zorgen dat alle voorwaarden aanwezig zijn voor naleving van de regels. Zodra de wetgeving omtrent het gebruik van mondkapjes rond is, passen wij hier het gezamenlijk protocol op aan.

Protocol ‘Veilig trainen voor BHV-, EHBO-, reanimatie- en veiligheidscursussen tijdens de COVID-19 pandemie’

 

 

Richtlijnen voor burgerhulpverlening en reanimatie versoepeld

Richtlijnen voor burgerhulpverlening en reanimatie versoepeld

Richtlijnen voor burgerhulpverlening en reanimatie versoepeld

Beste burgerhulpverlener,

Ook tijdens de huidige coronacrisis willen wij dat mensen gereanimeerd worden. Belangrijk is dat burgerhulpverleners op een verantwoorde wijze kunnen reanimeren. Nu de verspreiding van het coronavirus is afgenomen worden de eerder ingestelde richtlijnen met ingang van 22 juni versoepeld.

 Wie hebben de richtlijnen opgesteld?
De richtlijnen zijn opgesteld door de Nederlandse Reanimatieraad, HartslagNu, de Nederlandse Vereniging voor Medisch Managers Ambulancezorg en Ambulancezorg Nederland in overleg met het RIVM. Het Ministerie van VWS heeft deze richtlijnen onderschreven.

 

 

Richtlijnen burgerhulpverlening


HartslagNu alarmeert weer alle burgerhulpverleners, ook die boven de 50 jaar. Er gelden wel een aantal duidelijke waarschuwingen. Ga niet naar een reanimatie als:

  • je positief getest bent op covid-19 en zolang je door GGD/RIVM als besmettelijk wordt beschouwd,
  • je je ziek voelt / symptomen van covid-19 hebt of als dat voor één van je huisgenoten geldt,
  • je tot een risicogroep behoort of als dat voor één van je huisgenoten geldt.

Belangrijk om te weten: als burgerhulpverlener ben je niet verplicht om naar een reanimatie te gaan als je je hier niet zeker over voelt.

Aangescherpte regels reanimatie

Voor alle slachtoffers geldt vanaf nu weer het normale reanimatieprotocol. Er is een uitzondering voor slachtoffers waarvan de meldkamercentralist beoordeelt dat informatie erop wijst dat die wel covid-19 besmet zijn. Hiervoor geldt een aangepast protocol

 

Aangepast beleid meldkamer

De 112-meldkamer heeft een aangepast beleid om te achterhalen of het slachtoffer met covid-19 besmet is. Bij een melding van een hartstilstand vraagt de centralist in de 112-meldkamer aan de beller of het slachtoffer covid-19 heeft. Wanneer de centralist informatie verkrijgt die erop wijst dat het slachtoffer besmet is, vraagt de centralist aan de beller dit door te geven aan de burgerhulpverleners die komen en wordt geadviseerd het aangepaste protocol te volgen.

Normaal protocol

Vanaf 22 juni geldt standaard weer het normale reanimatieprotocol:

  • Geef wel mond-op-mondbeademing.
  • Geef wel borstcompressies.
  • Sluit wel een AED aan.

Uitzondering bij covid-19: aangepast protocol
Als de meldkamercentralist oordeelt dat het slachtoffer besmet is met covid-19 kan je nog steeds hulp verlenen:

  • Beoordeel ademhaling door alleen te kijken.
  • Dek mond en neus van het slachtoffer af met een doek, kledingstuk of mondmasker.
  • Geef geen mond-op-mondbeademing.
  • Geef wel borstcompressies.
  • Sluit wel een AED aan.

De mond-op-mondbeademing is een belangrijk onderdeel van de reanimatie. Wel is het zo dat op het moment van de hartstilstand het bloed meestal nog voorzien is van zuurstof voor de eerste minuten. Belangrijk is dat deze zuurstof wordt rondgepompt in het lichaam. Dat doe je door borstcompressies te geven.

Belangrijk om te weten:

  • Als omstanders aangeven wel de volledige reanimatie te willen doen, dan geeft de meldkamercentralist de instructie zoals hij dat volgens het normale protocol zou geven
  • De richtlijnen zijn een advies. Als je wel mond-op-mondbeademing wil geven bij iemand waarvan je weet dat hij of zij besmet is, staat dat je vrij. Zeker als het om een partner of familielid gaat, snappen we dat je gewoon wilt gaan reanimeren. Dit staat ook in de richtlijnen.

Aandachtspunten

  • Hanteer zo goed mogelijk de (hygiëne)maatregelen die de overheid adviseert.
  • Er mogen maximaal 2 hulpverleners (inclusief brandweer/politie) bij een slachtoffer zijn. Anderen staan op minimaal 1,5 meter afstand.
  • Desinfecteer je handen en polsen direct na de reanimatie met water en zeep of met handenalcohol bij een hulpverleningsvoertuig.

Beschermingsmaskers
Pocketmasks, Kiss of Life of andere middelen ter bescherming bij mond-op-mond- beademing kun je gebruiken bij normale reanimaties, maar beschermen niet of onvoldoende tegen het virus. 

Ambulancepersoneel
De mensen op de ambulance krijgen ook instructies. Wees je ervan bewust dat het ambulancepersoneel in beschermende kleding naar een reanimatie toe kan komen. Het betekent niet dat het slachtoffer ook daadwerkelijk besmet is.

Na de reanimatie
Krijg je in de periode na de reanimatie klachten die passen bij covid-19? Volg dan de adviezen van het RIVM. Neem zo nodig contact op met je eigen huisarts.

 Lees het volledige advies en meer informatie op de website van de Nederlandse Reanimatie Raad.

 

Reanimatie buiten het ziekenhuis tijdens de COVID-19 pandemie

 

Advies voor tijdelijke aanpassingen van de reanimatie richtlijnen

 

 Eerste herziening

19 juni 2020

                           

 

 

Inleiding

 

De COVID-19 pandemie die begin maart 2020 ook Nederland in volle hevigheid heeft getroffen, heeft geleid tot aangepaste richtlijnen om hulpverleners en slachtoffers zo goed mogelijk te beschermen. Nu de verspreiding van het virus is afgenomen en het aantal besmettelijke mensen volgens het RIVM flink is gedaald, is de kans op een besmetting zeer klein geworden.

 

Daarom heeft de NRR in overleg met AZN (Ambulancezorg Nederland), de NVMMA (Nederlandse Vereniging van Medische Managers Ambulancezorg), het RIVM en HartslagNu het advies voor tijdelijke aanpassing van de reanimatierichtlijnen (10 april 2020) herzien. Naar het oordeel van de deskundigen van deze organisaties is het verantwoord en derhalve belangrijk dat we de reanimatiezorg weer terugbrengen naar de eerder bestaande praktijk.

 

Achtergronden bij het advies

 

Risico’s op infectie

 

Het aantal mensen dat besmettelijk is, is de afgelopen weken flink gedaald. Deze daling maakt dat de kans dat een slachtoffer met een circulatiestilstand besmettelijk is als zeer laag wordt ingeschat. Daarnaast kan iedereen met corona-gerelateerde klachten zich sinds 1 juni laten testen. Dit maakt dat naasten over het algemeen goed op de hoogte zijn van een eventuele besmetting met het SARS-CoV-2 virus.

 

In het zeldzame geval dat een slachtoffer toch het SARS-CoV-2 virus bij zich draagt en besmettelijk is, is het risico van overdracht van het virus bij luchtweghandelingen, zoals mond-op-mond beademing, zeer hoog.

 

Daarnaast geldt nog altijd een verhoogd risico op een ernstig beloop van COVID-19 voor mensen uit risicogroepen.

 

Uitkomsten reanimatie

 

Er zijn in Nederland nog geen cijfers bekend over de uitkomsten van reanimatie in de afgelopen twee maanden. Publicaties uit het buitenland laten wel zien dat er minder wordt gereanimeerd en dat vertraging optreedt bij de opstart van reanimaties. Daarbij is ook afname van de kans op overleving gezien. Op basis van de afgenomen aantallen besmettelijke mensen zijn de Reanimatie Raad, HartslagNu, AZN en de NVMMA van mening dat het mogelijk is de reanimatiezorg weer terug te brengen naar de praktijk zoals we dat in Nederland voor de coronacrisis gewend waren. De goede overlevingscijfers van slachtoffers met een circulatiestilstand willen we graag overeind houden.

 

Advies inzet first responders en burgerhulpverleners

 

Alle first responders en burgerhulpverleners kunnen worden ingezet. Exclusie op basis van leeftijd bij het oproepen van first responders en burgerhulpverleners komt te vervallen.

 

De hulpverlener wordt dringend gevraagd NIET op een oproep te reageren wanneer:

 

  • De hulpverlener positief getest is op COVID-19 en zolang hij/zij door GGD/RIVM als besmettelijk wordt beoordeeld.

 

 

 

De hulpverlener wordt dringend geadviseerd NIET op een oproep te reageren wanneer:

 

 

Advies basale reanimatie door omstanders, first responders en burgerhulpverleners.

 

Terug naar normale richtlijn

 

Voor de basale reanimatie (BLS) geldt vanaf nu dat het advies is deze weer uit te voeren volgens de normale richtlijn inclusief beademen tenzij de centralist van de meldkamer ambulancezorg anders aangeeft.

 

Voor alle reanimaties gelden de volgende aandachtspunten.

 

  • Vraag de meldkamercentralist of van de normale richtlijnen moet worden afgeweken.

 

  • Hanteer zo mogelijk de (hygiëne)maatregelen zoals de overheid deze adviseert.

 

  • Beperk in alle gevallen het aantal BLS-hulpverleners dat zich met de daadwerkelijke reanimatie bezighouden tot het minimum. Maximaal twee BLS-hulpverleners bij het slachtoffer, anderen staan op meer dan 1,5 meter afstand.

 

  • Was na een reanimatie je handen en polsen met water en zeep. Als alternatief kan handenalcohol gebruikt worden. Dit kan eventueel bij de ambulance of een eventuele ander aanwezig hulpverleningsvoertuig.

 

                            

Beademen is een belangrijk onderdeel van de reanimatie. Voor hulpverleners geldt, zoals dit ook gold voor de coronacrisis, dat zij er voor kunnen kiezen geen beademingen te geven als ze dat niet willen of kunnen. Deze keuze geldt uiteraard ook andersom. Hulpverleners kunnen er voor kiezen wel te beademen als het advies is dit niet te doen. Hulpverleners dienen elkaars keuze in deze te respecteren.

 

Wanneer nog reanimeren volgens COVID-19 richtlijn

 

Voor de basale reanimatie geldt vanaf nu dat het advies is deze weer uit te voeren volgens de normale richtlijn inclusief beademen tenzij de centralist van de meldkamer ambulancezorg aangeeft dat de COVID-19 richtlijn voor reanimatie gevolgd dient te worden. De centralist gebruikt de tijd die first responder en burgerhulpverleners nodig hebben om ter plaatse te komen om meer informatie te verzamelen over het slachtoffer. Als daarin informatie naar voren komt die er mogelijk op wijst dat het slachtoffer besmettelijk is, dan zal de centralist de hulpverleners die als eersten arriveren adviseren om de COVID-19 richtlijn te volgen. In dit geval geldt voor de hulpverleners.

 

  • Beoordeel de ademhaling door alleen naar de borstkas te kijken. Open de luchtweg NIET en kom NIET bij het hoofd van het slachtoffer om te voelen en te luisteren;

 

  • Is de ademhaling niet normaal en ga je reanimeren, dek dan de mond en neus van het slachtoffer af met een stoffen doek, kledingstuk of mondmasker zonder het hoofd te bewegen;

 

  • Start met ononderbroken borstcompressies, geef GEEN mond-op-mond/masker beademing;

 

  • Gebruik de AED zodra deze er is;

 

  • Hervat daarna continu borstcompressies zonder beademingen.

 

Indien de hulpverlener een doek of bijvoorbeeld een kledingstuk van zichzelf over het

 

slachtoffer heeft gelegd, dan is het advies de doek of het kledingstuk te wassen met een normaal kledingwasmiddel alvorens het weer te gebruiken.

 

Persoonlijke beschermingsmiddelen

 

Voor zorgmedewerkers van ambulancediensten geldt dat zij veel vaker te maken hebben met patiënten dan toevallige omstanders en burgerhulpverleners. Dit betekent dat ze een groter risico lopen om besmet te raken. Voor deze groep geldt dan ook dat zij (ook vanuit Arbo overwegingen) vaker gebruik maken van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM). Dit is niet alleen ter bescherming van zichzelf maar ook ter bescherming van andere hulpverleners en patiënten. Het kan dus gebeuren dat (een deel van de) hulpverleners een vorm van PBM dragen.

 

Advies basale reanimatie van kinderen

 

Kinderen tot de puberteit

 

Voor kinderen tot de puberteit gelden de normale richtlijnen inclusief beademen. Alleen indien het kind bewezen positief is getest op COVID-19 en nog besmettelijk is, geldt het advies niet te beademen. Uiteraard geldt ook hier dat het een ieder vrij staat toch beademingen te geven.

 

Kinderen vanaf de puberteit

 

Voor kinderen vanaf de puberteit geldt dezelfde richtlijn als voor volwassenen. Ook als het gaat om de aangepaste COVID-19 richtlijn. Uiteraard geldt ook hier dat het een ieder vrij staat toch beademingen te geven.

 

  

Advies meldkamerinstructie

 

Bovenstaande adviezen hebben ook invloed op de meldersinstructie vanuit de meldkamer ambulancezorg. Daarvoor gelden de volgende adviezen:

 

  • De melderinstructie dient gegeven te worden zoals deze gebruikelijk was vóór de coronacrisis.

 

  • Blijkt tijdens het uitvragen van de melder dat het slachtoffer drager is van het coronavirus en besmettelijk is of dat dit zeer aannemelijk is, dan dient de centralist de gealarmeerde hulpverleners te adviseren de COVID-19 richtlijn te volgen. https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/ziekte

 

  1. Geef instructie voor ononderbroken borstcompressies en het aansluiten van de AED wanneer deze beschikbaar is. Adviseer geen beademing toe te passen. Laat een stoffen doek/kledingstuk over de mond en neus van het slachtoffer leggen.

 

  1. Informeer gearriveerde hulpverleners het slachtoffer te reanimeren volgens de COVID-19 richtlijn.

 

  1. Indien omstanders, first responders of burgerhulpverleners wel volledige BLS willen toepassen, dus inclusief beademen, dan is dat uiteraard toegestaan.

 

 

Advies specialistische reanimatie ambulancezorg

 

Ook voor de specialistische reanimatie geldt zo veel als mogelijk terug naar de normale richtlijnen van voor de coronacrisis tenzij COVID-19 positief of verdacht.

 

Slachtoffer zonder verdenking op COVID-19

 

De reanimatie dient uitgevoerd te worden conform LPA 8.1 en het reguliere handelingsschema voor reanimatie.

 

Slachtoffer met bevestigde COVID-19 besmetting of verdenking Aanpassingen ambulanceteam

 

  • Houd het team zo klein mogelijk, maar wel werkbaar en efficiënt.

 

  • Draag de PBM conform LPA 8.1 en het actuele COVID-19 protocol. Handel conform het actuele handelingsschema voor reanimatie ten tijde van COVID-19.

 

  • Zo gauw de reanimatie door het ambulancepersoneel is overgenomen dienen omstanders, first responders en burgerhulpverleners de ruimte te verlaten voor zover zij niet meer nodig zijn voor het geven van bijvoorbeeld thoraxcompressies.

 

 

Aanpassingen specialistische reanimatie

Zie ook stroomschema NVMMA/AZN

 

(https://www.ambulancezorg.nl/actueel/coronavirus/vraag-en-antwoord)

 

  • Voer zo snel mogelijk een ritmecheck uit.

 

  • Bij luchtweg management handelingen GEEN hulpverleners zonder persoonlijke beschermingsmiddelen in de directe omgeving.

 

  • Na ritmecheck, zo nodig met defibrillatie, is het van het grootste belang om zo snel mogelijk een gezekerde luchtweg te creëren. Pas luchtwegmanagement toe waarbij een supraglottisch airway device de eerste keus is voor ambulancepersoneel. Intubatie is tweede keus. Zet een bacterie/virus filter op het device alvorens deze in te brengen. Het is belangrijk de thoraxcompressies te stoppen tijdens luchtweg-interventies.

 

  • Herstart de thoraxcompressies zo snel mogelijk. Onderbreek thoraxcompressies tijdens de beademing ook nadat de luchtweg is gezekerd.

 

  • Maak gebruik van mechanische thoraxcompressie apparatuur (MTC) indien deze aanwezig is. Ook al heeft het gebruik ervan geen bewezen invloed op de overleving, het beperkt het aantal noodzakelijke hulpverleners en garandeert constante compressiekwaliteit. Ook bij gebruik van MTC dienen de thoraxcompressies onderbroken te worden tijdens luchtweg-interventies en tijdens beademing.

 

Houdbaarheid advies

 

Dit advies is met grote zorgvuldigheid opgesteld in samenspraak met Ambulancezorg Nederland (AZN), de Nederlandse Vereniging van Medische Managers Ambulancezorg (NVMMA), HartslagNu en het RIVM. In de huidige crisissituatie wijzigen richtlijnen en inzichten echter voortdurend. Houd hier rekening mee en wees alert op verdere herziening van dit advies.

Brief Hartslag.Nu betreffende Coronavirus

 

Maatregelen voor burgerhulpverleners in verband met het coronavirus

 

De COVID-19 pandemie die nu ook Nederland in volle hevigheid heeft getroffen, heeft bij HartslagNu geleid tot nieuwe richtlijnen om verspreiding van het virus tegen te gaan. In deze mail beschrijven we de belangrijkste maatregelen bij reanimatieoproepen in relatie tot het coronavirus.

 

Infectie voorkomen

Het coronavirus kan worden overgebracht via de luchtwegen. Dit betekent dat we voorzichtig moeten omgaan met reanimaties. Echter, de besmettelijkheid en de complicaties voor jongere burgerhulpverleners zijn aanzienlijk kleiner dan voor oudere hulpverleners. Het risico van overdracht bij een coronavirus besmette reanimatiepatiënt (en) bij luchtweghandelingen zoals mond-op-mond beademing is groot (bijna 100%). Onder de 50 jaar is het risico op de ziekte COVID-19 laag. Boven de 50 jaar is het risico veel groter.
 
Daarom heeft HartslagNu samen met de wetenschappelijke raad van de Nederlandse Reanimatieraad (NRR), het RIVM, de Nederlandse Vereniging van Medische Managers Ambulancezorg en Ambulancezorg Nederland een advies uitgebracht waarin enkele voorzorgsmaatregelen worden benoemd bij reanimaties.
 

Maatregelen

Voor een inzet:

  • Geef geen mond-op-mond beademing meer bij volwassenen;
  • Bij een reanimatie van kinderen blijft de situatie ongewijzigd vanwege het beperkte risico op besmetting.
  • HartslagNu alarmeert de komende periode alleen burgerhulpverleners onder de 50 jaar. Mensen die geen leeftijd hebben ingevoerd, worden niet gealarmeerd. Heb je geen leeftijd ingevoerd bij jouw profiel dan adviseren wij om dit alsnog te doen.
  • Voor het vaststellen van wel/geen ademhaling vervalt het ‘Luisteren’ naar een ademhaling of ‘Voelen’ van een ademhaling. Dat betekent dat alleen het ‘Kijken’ nog wordt uitgevoerd.
  • Voel je je ziek? Ga niet naar een reanimatie.
  • Val je in de hoogrisicogroep: ga niet naar een reanimatie.

Tijdens een inzet:

  • Zorg dat er maximaal twee burgerhulpverleners (incl. brandweer/politie) zijn bij een slachtoffer. Anderen staan op ruime afstand.
  • Eén burgerhulpverlener geeft borstcompressies, de andere staat bij de voeten van het slachtoffer i.v.m. aflossen van de hartmassage.
  • Pocketmasks, Kiss of Lifes of andere middelen ter bescherming bij (mond-op-mond) beademing tijdens reanimatie zijn in dit geval niet veilig en moeten daarom niet gebruikt worden!

Na een inzet:

  • Desinfecteer je handen zo snel als mogelijk bij een ambulance.

 

Wij beseffen dat, gezien de dynamiek van deze pandemie, dit advies een beperkte houdbaarheid kan hebben. Mochten er veranderingen in de situatie optreden, dan stellen wij jou hiervan op de hoogte.

Verder is het voor jou belangrijk om te weten dat je als burgerhulpverlener niet aansprakelijk bent voor het niet uitvoeren van de beademing/reanimatie. Voel je ook niet verplicht om naar een reanimatie te gaan, als je je hier niet zeker over voelt.

Scholing automatisch verlengd

De Europese Reanimatieraad heeft reanimatiediploma’s die geldig waren tot in 2020, allemaal verlengd met één jaar. Als jouw scholing dus in 2020 zou verlopen, hebben wij dit al automatisch in jouw profiel verlengd met één jaar tot in 2021. 

Nieuwe manier van oproepen

Door bovenstaande maatregelen worden vermoedelijk minder burgerhulpverleners opgeroepen. In samenwerking met de Universiteit van Twente hebben we afgelopen jaar in een simulatiemodel onderzocht wat een verbetering van de huidige alarmering zou zijn. Daarom gaan we vanaf vandaag werken met een variabele oproepstraal:
 
De oproepstraal stellen we vast op basis van:

  1. Een maximale straal van 2 km
  2. Het aantal burgerhulpverleners binnen de straal (maximaal 100)
  3. Het aantal AED’s binnen de straal (maximaal 3)

Deze nieuwe wijze van ‘slim’ alarmeren zorgt ervoor dat wij zowel voor plattelandsgebieden als stedelijke gebieden een betere inzet van burgerhulpverleners gaan krijgen. In stedelijke gebieden worden niet teveel burgerhulpverleners opgeroepen en in plattelandsgebieden juist meer burgerhulpverleners. Dit altijd met een maximum van 100 op te roepen burgerhulpverleners. Het doel is dat we hiermee maximaal 5 vrijwilligers zo snel mogelijk ter plaatse gaan krijgen. Bekijk onderaan in deze mail een voorbeeld van de oude en nieuwe situatie.
 
Uiteraard zullen we deze nieuwe oproepstraal met al onze partners na verloop van tijd evalueren en daar waar nodig bijstellen. Dit is een wens geweest van veel verschillende partijen en daarom wordt dit nu per direct ingevoerd, zodat gedurende de coronacrisis nog steeds voldoende burgerhulpverleners kunnen worden opgeroepen. 

 

 </p

Stichting Hartslag Best

www.hartslagbest.nl

info@hartslagbest.nl

 

Stichting Hartslag Best heeft een ANBI status.

Kijk hier voor beleidsplan en jaarrekening